Een tropisch regenwoud managen

Een tropisch regenwoud managen

Managers van moderne organisaties in de agrarische sector kunnen veel inspiratie uit de natuur halen met betrekking tot actuele thema’s die op hun vakgebied spelen. Land- en tuinbouwbedrijven zijn bekend met de uitdagingen die je moet overwinnen als je succesvol met diverse plantensoorten wilt kweken. Veeteeltbedrijven weten daarnaast dat elke diersoort zijn eigen eisen stelt aan huisvesting en voeding. Maar wat komt er allemaal bij kijken als je een complex ecosysteem als een tropisch regenwoud moet managen, waarin zowel planten- als diersoorten een belangrijke rol spelen? Biologen verbonden aan het Safari Meeting Centre van Koninklijke Burgers’ Zoo nemen u met fascinerende praktijkvoorbeelden mee naar het dierenrijk. 

Jaarlijks 25.000 kilo snoeien

In het overdekte tropische regenwoud Burgers’ Bush snoeien de plantenverzorgers jaarlijks 25.000 kilo. Deze biomassa groeit in het voorjaar en de zomer weer volledig aan! Het snoeien in de Bush vindt in het najaar en de winter plaats om diverse redenen. Allereerst is het niet de bedoeling om de broedende vogels te verstoren. Daarnaast moet Burgers’ Zoo ook rekening houden met de ruim één miljoen bezoekers die het Arnhemse dierenpark jaarlijks verwelkomt. Op het hoogste punt van de hal bevindt het dak zich circa twintig meter boven de grond. Veel planten worden daarom met behulp van een hoogwerker gesnoeid. 

De strijd om zon en water

Waarom wordt er gesnoeid in de Bush? Ten eerste is er de praktische reden dat de planten anders simpelweg tegen het dak aan groeien. Daarnaast zijn er ook bosbouw-technische redenen: een tropisch regenwoud maakt diverse groeistadia door. In een primair, vaak tienduizenden jaren oud regenwoud domineren indrukwekkende woudreuzen die soms wel tachtig meter hoog worden. Op de bosbodem dringt nog nauwelijks zonlicht door, aangezien de bladkruinen vrijwel al het zonlicht ‘wegvangen’. Het is dus niet verbazingwekkend dat op de bodem van zo’n oud tropisch regenwoud vrij weinig vegetatie te vinden is: het leven speelt zich letterlijk in de boomkruinen af. Kenmerkend voor een tropisch regenwoud zijn dan ook de vele epifyten: planten die op andere planten groeien in de strijd om voldoende zonlicht en regenwater te bemachtigen. Veel van onze kamerplanten zijn epifyten die oorspronkelijk uit het tropisch regenwoud komen, zoals vlinderorchideeën en anthuriums. Om het tropisch regenwoud zo aantrekkelijk mogelijk te presenteren, moeten bewust open plekken gesnoeid worden, zodat ook de bodemvegetatie een kans krijgt om te floreren en wat meer licht minnende planten kunnen profiteren.

Bestuivers 

De diersoorten in de Bush vervullen een belangrijke rol als natuurlijke bestuivers en verspreiders van zaden. Vogels eten bijvoorbeeld vruchten van bepaalde planten, waarvan ze de pitten elders uitpoepen. Maar ook vleermuizen en vleerhonden spelen een rol in de bestuiving van bloemen. Hun mest dient als voedingsstoffen voor de verder zeer voedingsarme bodem. 

Bio-inspiratie voor de agri-sector

Managers van moderne organisaties in de agriculturele sector kunnen veel inspiratie uit de natuur halen met betrekking tot actuele thema’s die op hun vakgebied spelen. Biologen verbonden aan het Safari Meeting Centre van Koninklijke Burgers’ Zoo nemen u met fascinerende praktijkvoorbeelden mee naar het dierenrijk.

Meer over bio-inspiratie

Recycling van afgevallen plantenmateriaal is belangrijk om de voedingsstoffen niet uit het systeem te verliezen. Zo snel als het woud namelijk groeit, zo snel wordt het door de natuur ook weer afgebroken!

Plaagdieren bestreiden

Een grote uitdaging vormt de bestrijding van plaagdieren als bijvoorbeeld bladluizen, aangezien je in een ecosysteem niet met gif kunt gaan werken. Je moet dus natuurlijke vijanden introduceren, maar dan wel zeker weten dat die geen dieren opeten die je juist wel in het systeem wilt houden. In een ecosysteem ben je constant op zoek naar een fragiel evenwicht tussen roofdieren en prooien en heb je soms met tegengestelde belangen te maken. Wat goed is voor een bepaalde diersoort kan erg schadelijk zijn voor de planten en vice versa. Dat maakt dat een complex ecosysteem als het Arnhemse tropische regenwoud nooit af is: je komt telkens weer voor nieuwe biologische uitdagingen te staan. Maar dat maakt de Bush dan ook meteen zo bijzonder en divers.